Workshop kritiek 2/2

Hoe te reageren op kritiek, deel 2/2: uitwerking

A.                                                              V O O R A F

Samenvatting:
Een juiste mentale instelling is niet niks en toch nodig om goed te kunnen omgaan met kritiek. Daartoe zijn de hieronder beschreven oefeningen, met een geleidelijke opbouw in moeilijkheidsgraad, een goed hulpmiddel.

Door Dick Schoneveld en Corry de Rooy

N.B.
Deze workshop kan als een noodzakelijke inleiding op de “Workshop Reageren op pesten” worden gezien of als een op zichzelf staand programma. Als onderdeel van een groter geheel is de meest degelijke en geleidelijke werkwijze raadpleging van de volgende pagina’s in de volgende volgorde:
1. Parafraseren en reflecteren (1/3)   Zie de inleiding aldaar.
2. Parafraseren en reflecteren (2/3)
3. Parafraseren en reflecteren (3/3)
4. Probleemanalyse kort
5. Probleemanalyse uitgebreid
6. Probleemanalyse kort werkex.
7. Probleemanalyse uitgebreid werkex.
8. De workshop reageren op kritiek, deel 1/2
9. De workshop reageren op kritiek, deel 2/2    Deze pagina
10. Boosheid
11. De workshop reageren op pesten
12. De workshop pesters aanpakken

Zie ook de pagina: Aanpak (punt 1).

UITVOERING:

  1. Deze workshop is zelfstandig uitvoerbaar in samenwerking met 1 of 2 geinteresseerden, bv. vrienden of familieleden.
  2. Het streven is deze workshop te houden met Corry de Rooy, psychologe, voor volwassenen tegen een nader te bepalen prijs.

B.                                                              I N L E I D I N G

1. Begrippen:
Compliment. Geven
Compliment. Reageren op
Kritiek. Geven
Kritiek. Reageren op.

2. Definities
• Een compliment is     een blijk van positieve aandacht voor iets wat goed werd gedaan
• Kritiek is                      een blijk van positieve aandacht voor iets wat wellicht beter kan worden gedaan.

3. Het geven  van kritiek
Primair is deze workshop gericht op het reageren op kritiek. Maar eerst volgt hier een korte beschouwing over het geven van kritiek, o.a. omdat een reactie op kritiek ook betrekking kan hebben op de wijze waarop de kritiek is gegeven.
Dat het vaak moeilijk is kritiek te geven die door de ander wordt gewaardeerd, komt doordat de kritiek door de ontvanger als een aanval wordt gevoeld, als een tekortkoming, als een verwijt, als falen, als niet deugen, als een diskwalificatie, als een terechtwijzing, als een ingebrekestelling, als een beschuldiging, als een afwijzing, en ten slotte als een neerbuigende “Ouder-Kind-transactie” (Zie het verklaringsmodel van de Transactionele analyse, ontworpen door Eric Berne in “Mens, erger je niet”, oorspr: “Plays people play” + William A. Harris in “Ik ben O.K, jij bent O.K.”). Misschien is dit in veel gevallen ook in zekere mate zo. Het is de kunst kritiek te geven  in “ik-termen”, alsof de oorzaak van de kritiek bij jou zelf ligt. In plaats van “Kan u niet wat zachter praten. We zijn hier in een bibliotheek.” kun je ook met een vriendelijke gezichtsuitdrukking zeggen: “Ik ben druk bezig met de voorbereiding van een speech en ik kan me niet zo goed concentreren doordat ik last heb van uw stemvolume. Dus zou ik u willen vragen of u iets zachter wilt praten.” Deze volzin (mededelingseenheid) suggereert zorgvuldigheid en aandacht voor degene op wie je kritiek hebt.
Ook al heb je zware kritiek op iemand (bv. op je vader als die jou in je jeugd veel geslagen heeft), dan nog kun je in ik-termen, namelijk als een grief en zo weinig mogelijk als een verwijt, proberen het verleden te verwerken, m.a.w. door hem te vertellen of te schrijven wat zijn gedrag met jou en je instelling t.o.v. hem gedaan heeft. Zo’n houding is helend bij alle partijen. Wraakzucht verergert het probleem.
Het geven van kritiek mag niet ten koste gaan van een zondebok, op wie je je (onbedoeld of onbewust) uitleeft. Je blijft dan te veel in het verleden hangen. Want wat is het wezen van kritiek? Kritiek is in wezen een verzoek, een suggestie of een mening mede in het belang van de ander en heeft dan ook betrekking op de toekomst. Dat blijkt alleen al uit de mogelijke reactie op kritiek, nl. waar ben je het mee eens en waarmee niet en wat ga je er aan doen en wat niet. Het gaat hier om gedragsverandering. Dat is niet mis. De betrokkene kiest over het algemeen bij voorkeur zelf zijn eigen gedrag.
Het is dan ook de bedoeling dat kritiek doortrokken is van respect, vriendelijkheid, bescheidenheid en opbouwendheid. Er is sprake van een schijntegenstelling tussen het positieve element van een compliment en het zg. negatieve element van kritiek. Kritiek is namelijk zelf ook een compliment in die zin dat de kritiekgever door het kenbaar maken van zijn mening impliciet uitspreekt te verwachten dat de ander zo verstandig is zijn voordeel te doen met de inhoud van de kritiek, omdat  kritiek betrekking heeft op de toekomst. Als kritiek deze kenmerken niet heeft, is het geen opbouwende maar afbrekende kritiek. Trouwens, is afbrekende kritiek wel een vorm van kritiek (volgens de definitie, aan het begin, niet). Dan blijft pesten over. Er is een grijs tussengebied tussen pesten en forse kritiek geven, in die zin dat de kritiekgever zich vaak bij voorbaat afsluit voor de overgevoeligheid van de ontvanger, door de kritiek niet bijzonder zorgvuldig te geven ter wille van de duidelijkheid.
.     Hoe zit het met woede? Behoort woede (zonder vernederingen) tot opbouwende of afbrekende kritiek? Woede of onbeheerst gegeven kritiek is een uiting van angst (P.C. McGraw).
Een kennis van mij kreeg laatst een half gevuld kopje koffie in een restaurant. Hij had er aardigheid in op de vraag “Was alles naar wens?” te antwoorden met: “Ja, ik ben alleen bezorgd dat u erover in zit dat ik maar een half gevuld kopje koffie heb gekregen.”

Prof. Van der Molen (1984) geeft de volgende tips voor het geven van kritiek:
·          Ga na waarop je kritiek hebt.
·          Kies een goed moment om de kritiek te uiten.
·          Uit je kritiek rustig en duidelijk in “ik-termen”
·          Luister naar de reactie van de ander.

In oefeningen hierna geef je af en toe kritiek die je niet meent. Zelfs als de kritiek totaal niet gemeend is, ja het tegenovergestelde wordt bedoeld, en de ander dat weet, dan nog is het belangrijk zeer vriendelijk, opbouwend en in-ik termen de kritiek te geven.  Bv. “Als ik kritiek mag geven, ik heb kritiek op ………….” (Door het woord kritiek te noemen haal je de angel uit de kritiek.) Stemgebruik, houding en gezichtsuitdrukking geven hierbij veel informatie over je werkelijke gevoelens van dat moment, veel meer info dan wat je in feite zegt of wat de bedoeling is van wat je zegt.

4. Reageren op kritiek:
Prof. dr. H.T. van der Molen (1984) beveelt aan als volgt te reageren op kritiek:
Reageer op de kritiek:
·          Luister naar de kritiek
·          Parafraseer en reflecteer
·          Vraag verduidelijking als je iets niet begrijpt
·          Zeg waar je het mee eens bent
·          Zeg waar je het niet mee eens bent (en waarom)
·          Vertel wat je eraan gaat doen en wat niet.

In oefening C-1 t/m 9 hieronder oefenen we alleen met parafraseren en reflecteren (en zo nodig vragen we om verduidelijking). Parafraseren is  samenvatten tot de kern en reflecteren is het gevoel van de ander proberen te begrijpen en te verwoorden, en wel op vragende wijze. Je laat het hier bij in deze oefeningen. Je reageert dus niet inhoudelijk op de kritiek. Nu is alleen nog het doel: de kritiek goed begrijpen.

Voorbeelden van een parafrase en een reflectie
1)
Els tot Jan: “Potverdorie, Jan, onze afspraak was dat je zou stofzuigen. Je hebt het niet gedaan. Kijk die broodkruimels in de serre.”
Jan: “Denk jij, Els, dat ik onze afspraak niet ben nagekomen?” (Parafrase)
Els: “Precies ja. Want we hadden toch afgesproken dat jij vandaag zou stofzuigen?”
Jan: “Dus ben je nu kwaad op me?” (Reflectie)
Els: “Niet kwaad op jou maar op het feit dat je niet gestofzuigd hebt.

2)
Zoon komt drijfnat, strompelend met een kleuter, de woning binnen. 
Moeder tot zoon:
“Ik keek zo net uit het raam van de voorkamer en jij stak in grote vaart de straat over zonder te kijken. Ik hoorde een vrachtauto aankomen. Ik kreeg de rillingen over m’n rug. Ik dacht: ’Nu verlies ik mijn enige zoon.’ ”
Zoon: “Je betrapte me op een onvoorzichtigheid? Je was enorm bezorgd en bang?” (Parafrase en reflectie). 
Moeder: “Ja, voor het zelfde geld was je er niet meer.”
Zoon: “Er was in de sloot iemand aan het verdrinken. Toen ik in de tuin dacht: ‘Dadelijk is hij er niet meer’, keek ik al of er verkeer aankwam. Die vrachtauto zag ik heus wel.”
Moeder: “Ik geef de kleine dreumes een douche. Ik ben trots op je.”

In het schuin getypte wordt geparafraseerd en gereflecteerd. Bijna altijd wordt deze tweevoudige beginactie overgeslagen. Ten onrechte. Parafraseren en reflecteren heeft de volgende voordelen:
Je maakt de ontvangen kritiek los van jezelf.  M.a.w. je ziet de kritiek niet als een aanval op jezelf maar als een probleem van de kritiekgever. Grote kans namelijk dat hij het verkeerd ziet of dat er heel wat aan te merken is op de kritiek, zoals een verdraaiing en een overdrijving. Je trekt in gedachten even (tijdelijk) een muur op tussen jou en de kritiekgever. Je stuurt op deze wijze de kritiek terug aan de gever. Ga vervolgens na 1. of je de kritiek precies begrijpt, o.m. door te parafraseren en te reflecteren. 2. of je de kritiek ter zake doende vindt en 3. of je akkoord gaat met de beweegreden en de gezindheid van de kritiekgever.
Zo kunnen beiden nagaan of de kritiek hergeformuleerd moet worden qua
- duidelijkheid (Wat wordt precies bedoeld? Heb ik de kern van de kritiek begrepen?)
- fundering (Zijn de feiten als basis van de kritiek juist en relevant?)
- beweegreden (Vanwaar deze kritiek? Dient de kritiek een positief doel?)
Een goede reactie is bv. “Is dit kritiek?” en “Zou je mij willen duidelijk willen maken waarom je deze kritiek geeft?”  De nadere informatie die hieruit naar voren komt, kan deëscalerend werken, zeker als de kritiek min of meer vijandig is bedoeld of overkomt.
Je pareert de kritiek dus in zekere zin, door de kritiek als zodanig aan de orde te stellen. (Meta-communicatie). Dat biedt ook tijdwinst bij het vinden van een inhoudelijk antwoord. (Inhoud: Mee eens? Ga je er iets aan doen?) Dit pareren onderstreept het feit dat je de kritiek niet als een bedreiging ervaart en opvat. Omdat kritiek bang kan maken, heb je de sterke neiging om er zo gauw mogelijk van af te zijn. Hieraan weerstand bieden door je eraan bloot te stellen verkleint de angst. (Exposure)
In oefening C-1 t/m 9 hieronder wordt, zoals in het begin hierboven is vermeld, nog niet gereageerd op de vraag of de kritiek inhoudelijk terecht is. Alleen het goed begrijpen wordt beoefend. Dit is, zoals gezegd, o.a. bedoeld om te leren een scherpe scheiding aan te brengen tussen de eigen gedachten en die van de ander. Dit is een voorwaarde om naar elkaar toe te bewegen, d.w.z. om te beoordelen en te zeggen waar je het mee eens bent en waar niet en wat je eraan gaat doen en wat niet. De kritiek is iets van de kritiekgever en niet van jou. Kritiek behoort vaak toe aan iemand met een veel te grote schroef die gebruikt wordt voor iemand anders met een veel te kleine moer. Bovendien kan het schroefdraad van beide componenten van een heel verschilende soort zijn. Deze gebreken vragen erom eerst te worden verholpen via het parafraseren en reflecteren.

 C.                                                 O E F E N I N G E N   R E A G E R E N   O P   K R I T I E K

De groepsleden kennen elkaar nog niet of heel oppervlakkig. We maken een voorstelrondje in de grote kring. OF
De groepsleden kennen elkaar al redelijk goed. We gaan meteen door met het volgende.

OEFENING 1. ALLEEN PARAFRASEREN EN REFLECTEREN VAN EEN GEMEEND COMPLIMENT

Groepjes van drie
of één groepje van drie terwijl alle andere groepsleden observator zijn (wanneer de groep klein is)

We doen deze oefening zittend.

A geeft B een compliment *.
B parafraseert en reflecteert, meer niet.
A zegt wat juist en onjuist is.
C helpt de oefening goed uit te voeren.
.
We herhalen deze oefening tweemaal en wisselen hierbij van rol, zodat ieder een compliment heeft gegeven, daarop gerageerd heeft en helper is geweest.

We evalueren kort de oefening.

We maken geheel andere groepjes van drie en doen hier hetzelfde als in het vorige groepje.
**

*
Niet te kort, zodat er geparafraseerd kan worden.
**
Hier is alleen tijd voor als deze workshop in meerdere dagdelen wordt gegeven

+_+_+_+_+_+_+_

OEFENING 2-a. PARAFRASEREN EN REFLECTEREN VAN EEN GEMEEND COMPLIMENT
OEFENING 2-b. PARAFRASEREN EN REFLECTEREN VAN HET TEGENOVERGESTELDE (hetzelfde compliment maar dan als kritiek)

Groepjes van drie
of één groepje van drie terwijl alle andere groepsleden observator zijn (wanneer de groep klein is)

2-a
A geeft B een compliment *.
B parafraseert en reflecteert, meer niet.
A zegt wat juist en onjuist is.
C helpt de oefening goed uit te voeren.

We herhalen deze oefening tweemaal, zodanig dat ieder een compliment heeft gegeven, heeft geparafraseerd/gereflecteerd en helper is geweest.

We evalueren kort hoe de oefening ging (1 minuut)

We maken geheel andere groepjes van drie en doen hier hetzelfde als in het vorige groepje. **

*
Niet te kort, zodat er geparafraseerd kan worden.
**
Hier is alleen tijd voor als deze workshop in meerdere dagdelen wordt gegeven.

Alternatieve uitvoering: groepjes van twee.

2-b
A geeft B hetzelfde compliment als hierboven, maar nu in de vorm van kritiek. Dus het tegenovergestelde. *
B parafraseert en reflecteert, meer niet.
A zegt wat juist en onjuist is.
C helpt de oefening goed uit te voeren.

We herhalen deze oefening tweemaal, zodanig dat ieder kritiek heeft gegeven, heeft geparafraseerd/gereflecteerd en helper is geweest

We evalueren kort de oefening.

We maken geheel andere groepjes van drie en doen hier hetzelfde als in het vorige groepje. **

*
Niet te kort, zodat er geparafraseerd kan worden.

**
Hier is alleen tijd voor als deze workshop in meerdere dagdelen wordt gegeven

+_+_+_+_+_+_+_

OEFENING 3. NEGATIEVE GEDACHTEN VANUIT UITGEVOERDE OEFENINGEN WEGWERKEN
NAAR BEHOEFTE NA ELKE OEFENING, VIA HET NOTEREN VAN KERNWOORDEN, MET TEMPO.

1. 
Je merkt bij jezelf een ongewenst gevoel of een ongewenst gedrag. Omschrijf dit met trefwoorden.

 

2. 
Welke gedachten had je? Breng ze onder woorden (trefwoorden).

 

3.
Daag je gedachten uit (Voldoen ze aan de 4 kenmerken van rationeel denken?):

a. Hoe weet ik dat zo zeker? Heb ik niet overdre­ven? Zijn mijn gedachten waar, terecht? Welke wel en welke niet en waarom?

 

b. Helpen die gedachten (punt 2) me mijn ge­wenste gevoel/gedrag te berei­ken? Waarom wel en waarom niet?

 

c. Helpen die gedachten me ongewenste conflicten te voorkomen? Waarom wel en niet?

 

d. Helpen mijn gedachten me mijn doel te bereiken? Waarom wel waarom niet?

 

3.
Stel er andere gedachten voor in de plaats die wel leiden tot het gewenste gevoel/gedrag. Gebruik trefwoorden (kernwoorden).

 


+_+_+_+_+_+_+_+_+_+_+_

OEFENING 4. PARAFRASEREN, REFLECTEREN EN LATEN CORRIGEREN

Inleiding

We gaan nu leren om te gaan met het ontvangen van botte kritiek. Wanneer je botte kritiek krijgt, word je niet met respect tegemoet getreden. We proberen te krijgen waar we recht op hebben. We vragen de kritiekgever of hij zijn kritiek op een respectvolle wijze wil geven. Het doel hiervan is te bewijzen dat we niet over ons laten lopen en dat we ons niet laten afschepen, waarmee we onze zelfverzekerdheid en ons gevoel van eigenwaarde vergroten. Uiteraard zorgen we hierbij dat we niet dezelfde fout maken als de ander. Kortom: ons doel is onszelf en de ander te helpen.

Uitvoering

Groepjes van drie
of één groepje van drie terwijl de andere groepsleden observator zijn (wanneer de groep klein is)

We doen deze oefeningen zittend.

A geeft kritiek, B reageert en C helpt de oefening goed uit te voeren.

A geeft kritiek op B op een vrij botte wijze. Het moet duidelijk zijn dat de kritiek wartaal is.
>> Bv. B heeft een groene trui aan. A zegt: “Ik vind je rode trui op een belachelijke wijze vloeken met je broek” <<

B parafraseert en reflecteert vriendelijk corrigerend.
>> Bv.: “Heb jij kritiek op mijn kleding? Vind je die zo afschuwelijk, dat je moeilijk correct kan blijven? A reageert. B:: Bedoel je misschien dat je …..(bv. ….. last hebt van mijn kleding)?”
OF
bv. “Klopt het dat je je eigen gevoelens belangrijker vindt dan die van mij? Ik vind je kritiek niet op correcte manier gegeven. Zou je misschien willen zeggen wat je eigenlijk bedoelt?” <<

A gaat hier op in en herformuleert zijn kritiek. B zegt wat juist en onjuist is.

We evalueren kort de oefening.

We herhalen de oefening tweemaal en verwisselen hierbij van rol, zodat ieder de rol van kritiekgever, kritiekontvanger en helper is geweest.

We maken geheel andere groepjes van drie en doen hier hetzelfde als in het vorige groepje.

+_+_+_+_+_+_+_+_+_+_+_

OEFENING 5. TROTS, RELATIVERING VAN KRITIEK: een verzonnen prestatie van zichzelf
(Oef. 6 is gelijk aan oef. 5. Alleen is in oef. 6 sprake van een echt geleverde prestatie)

Groepjes van drie
of één groepje van drie terwijl alle andere groepsleden observator zijn (wanneer de groep klein is)

We doen deze oefeningen zittend.

A geeft kritiek, B reageert en C helpt de oefening goed uit te voeren.

B (ontvanger van kritiek) noemt na een inleiding een verzonnen prestatie van zichzelf in het nabije of verre verleden waar hij zg. trots op is. *1

A vraagt om aanvullende informatie. *2

B geeft de aanvullende informatie totdat A tevreden is. *3

A geeft in eigen woorden een compliment aan B betreffende zo mogelijk alleen die aanvullende informatie (of anders het belangrijkste punt van al het vertelde). *4

B parafaseeert en reflecteert. *5

A zegt of B hem goed heeft begrepen. A  geeft nu aan B op hetzelfde punt kritiek, d.w.z. keert nu zijn eigen compliment 180 graden om naar kritiek. *6

B heeft naar de kritiek van A geluisterd. B parafraseert en reflecteert. B gaat nog niet inhoudelijk in op de kritiek *7

A beoordeelt of B hem goed heeft begrepen. A geeft hierover duidelijkheid. *8

We evalueren kort de oefening.

We herhalen de oefening tweemaal en verwisselen hierbij van rol, zodat ieder alle rollen heeft vervuld.

We maken geheel andere groepjes van drie en doen hier hetzelfde als in het vorige groepje.

+_+_+_+_+_+_+_+_+_+_

NOTEN

*1 Dient om het zelfbewustzijn en het zelfvertrouwen te stimuleren als basis voor weerbaarheid. B beloont zichzelf dus eigenlijk.
*2 Dient ervoor om te wennen aan het vragen om extra informatie
*3 Is een versterking van noot 1.
*4 A kan, nu hij meer weet, een beter compliment geven. B wordt nu extra beloond voor de extra informatie.
*5 Dit reageren kan bv. met een bedankje en/of met “leuk om te horen”.
*6 Dat nu de beoordeling tegenovergesteld is, is een illustratie van het feit dat kritiek gerelativeerd kan worden, alsof de twee beoordelingen van verschillende personen afkomstig zijn of in een verschillende stemming zijn gegeven, waarbij jaloezie ook een rol kan spelen.
*7 Dit is om ervoor te zorgen dat parafraseren en reflecteren (eerste fase) niet meer overgeslagen worden. Het overslaan gebeurt vanuit onzekerheid, haast om zichzelf te verdedigen en uit angst voor meer kritiek.
*8 Afsluiting eerste fase. In een volgende oefening gaan we over naar fase 2 (waar ben ik het mee eens en waar niet + wat doe ik eraan en wat niet)

OEFENING 6. TROTS, RELATIVERING VAN KRITIEK: een echt geleverde prestatie van zichzelf

Groepjes van drie
of één groepje van drie terwijl alle andere groepsleden observator zijn (wanneer de groep klein is)

We doen deze oefeningen zittend.

A geeft kritiek, B reageert en C helpt de oefening goed uit te voeren.

Oef. 6: B (ontvanger van kritiek) noemt na een inleiding een echt geleverde prestatie van zichzelf in het nabije of verre verleden waar hij echt trots op is. *1

A vraagt om aanvullende informatie. *2

B geeft de aanvullende informatie totdat A tevreden is. *3

A geeft in eigen woorden een compliment aan B betreffende zo mogelijk alleen die aanvullende informatie (of anders het belangrijkste punt van al het vertelde). *4

B parafaseeert en reflecteert. *5

A zegt of B hem goed heeft begrepen. A  geeft nu aan B op hetzelfde punt kritiek, d.w.z. keert nu zijn eigen compliment 180 graden om naar kritiek. *6

B heeft naar de kritiek van A geluisterd. B parafraseert en reflecteert. B gaat nog niet inhoudelijk in op de kritiek *7

A beoordeelt of B hem goed heeft begrepen. A geeft hierover duidelijkheid. *8

We evalueren kort de oefening.

We herhalen de oefening tweemaal en verwisselen hierbij van rol, zodat ieder alle rollen heeft vervuld.

We maken geheel andere groepjes van drie en doen hier hetzelfde als in het vorige groepje.

+_+_+_+_+_+_+_+_+_+_

NOTEN

*1 Dient om het zelfbewustzijn en het zelfvertrouwen te stimuleren als basis voor weerbaarheid. B beloont zichzelf dus eigenlijk.
*2 Dient ervoor om te wennen aan het vragen om extra informatie
*3 Is een versterking van noot 1.
*4 A kan, nu hij meer weet, een beter compliment geven. B wordt nu extra beloond voor de extra informatie.
*5 Dit reageren kan bv. met een bedankje en/of met “leuk om te horen”.
*6 Dat nu de beoordeling tegenovergesteld is, is een illustratie van het feit dat kritiek gerelativeerd kan worden, alsof de twee beoordelingen van verschillende personen afkomstig zijn of in een verschillende stemming zijn gegeven, waarbij jaloezie ook een rol kan spelen.
*7 Dit is om ervoor te zorgen dat parafraseren en reflecteren (eerste fase) niet meer overgeslagen worden. Het overslaan gebeurt vanuit onzekerheid, haast om zichzelf te verdedigen en uit angst voor meer kritiek.
*8 Afsluiting eerste fase. In een volgende oefening gaan we over naar fase 2 (waar ben ik het mee eens en waar niet + wat doe ik eraan en wat niet)

Inleiding voor oefening 7 en 8.

Als een welkome afwisseling gaan we nu even geen kritiek geven, maar gaan we ons bezig houden met waardering (en relativering van waardering). Om zelfvertrouwen te hebben hoef je niet alles goed te kunnen; als je bescheiden bent, gaat de ander al gauw denken: “Hij wil alleen maar bescheiden zijn, maar intussen weet hij heel goed wat hij waard is.”. Het kan echter wel degelijk een uiting van realiteitszin zijn, om toe te geven dat je ergens niet goed in bent en dat is een goede eigenschap, zeker als basis voor een prettige samenwerking, waarin je anderen erkent.

OEFENING 7. RELATIVERING VAN ZWAKHEDEN

Groepjes van drie
of één groepje van drie terwijl alle andere groepsleden observator zijn (wanneer de groep klein is)

We doen deze oefeningen zittend.

A geeft kritiek, B reageert en C helpt de oefening goed uit te voeren.

A kritiseert zichzelf zonder zelfbeklag en met zelfrespect en noemt een gewoonte of eigenschap van zichzelf die hij als een zwakheid beschouwt.

B toont juist aan dat het een kracht is. (Positief etiketteren, K. van der Velden)

A parafraseert en reflecteert.

B zegt of A hem goed heeft begrepen.

We evalueren kort de oefening.

We herhalen de oefening tweemaal en verwisselen hierbij van rol, zodat ieder alle rollen heeft vervuld.

We maken geheel andere groepjes van drie en doen hier hetzelfde als in het vorige groepje.

+_+_+_+_+_+_+_+_+_+_+_+_

OEFENING 8. RELATIVERING VAN STERKE EIGENSCHAPPEN

Groepjes van drie
of één groepje van drie terwijl alle andere groepsleden observator zijn (wanneer de groep klein is)

We doen deze oefeningen zittend.

A geeft compliment, B reageert en C helpt de oefening goed uit te voeren.

A waardeert B en noemt een positief punt, een sterke kant van B.

B probeert dit sterke punt te relativeren, dit zonder zelfbeklag en met zelfrespect.

A parafraseert en reflecteert.

B zegt of A hem goed heeft begrepen.

We evalueren kort de oefening.

We herhalen de oefening tweemaal en verwisselen hierbij van rol, zodat ieder alle rollen heeft vervuld.

We maken geheel andere groepjes van drie en doen hier hetzelfde als in het vorige groepje.

+_+_+_+_+_+_+_+_+_

OEFENING 9. PARAFRASEREN EN REFLECTEREN VAN METEEN GEUITE NIET GEMEENDE KRITIEK

Groepjes van drie
of één groepje van drie terwijl alle andere groepsleden observator zijn (wanneer de groep klein is)

We doen deze oefeningen zittend.

A geeft kritiek, B reageert en C helpt de oefening goed uit te voeren.

Deze oefening is bedoeld om te ervaren dat kritiek een gewaardeerde, prettige bron kan hebben.

  • A bedenkt wat hij ziet als een positief punt van B, waarover iedereen die B kent, het waarschijnlijk eens is. Het kan gaan om een eigenschap of een prestatie. (Hierover vindt geen overleg plaats.)
  • A uit zonder inleiding in de richting van B juist kritiek op dat punt, hij beweert dus het tegenovergestelde.
  • B parafraseert en reflecteert nuchter. Dit kan lastig zijn vanwege de hoge graad van miskenning.
  • A corrigeert zichzelf.
  • B zegt of hem nu wel recht is gedaan.

We evalueren kort de oefening.

We herhalen de oefening tweemaal en verwisselen hierbij van rol, zodat ieder alle rollen heeft vervuld.

We maken geheel andere groepjes van drie en doen hier hetzelfde als in het vorige groepje.