Workshop kritiek 1/2


Hoe te reageren op kritiek, deel 1/2: Basis, weerbaarheid

U kunt eventueel punt A overslaan.

A.                                                              V O O R A F

Samenvatting:
Een juiste mentale instelling is niet niks en toch nodig om goed te kunnen omgaan met krItiek. Daartoe zijn de in punt B en C beschreven oefeningen, met een geleidelijke opbouw in moeilijkheidsgraad, een goed hulpmiddel.

N.B.
Deze workshop kan als een noodzakelijke inleiding op de “Workshop Reageren op pesten” worden gezien of als een op zichzelf staand programma. Als onderdeel van een groter geheel is de meest degelijke en geleidelijke werkwijze raadpleging van de volgende pagina’s in de volgende volgorde:
1. Parafraseren en reflecteren (1/3)   Zie de inleiding aldaar.
2. Parafraseren en reflecteren (2/3)
3. Parafraseren en reflecteren (3/3)
4. Probleemanalyse kort
5. Probleemanalyse uitgebreid
6. Probleemanalyse kort werkex.
7. Probleemanalyse uitgebreid werkex.
8. De workshop reageren op kritiek, deel 1/2  Deze pagina
9. De workshop reageren op kritiek, deel 2/2
10. Boosheid
11. De workshop reageren op pesten
12. De workshop pesters aanpakken

Zie ook de pagina: Aanpak (punt 1).

UITVOERING:

  1. Deze workshop is zelfstandig uitvoerbaar in samenwerking met 1 of 2 geinteresseerden, bv. vrienden of familieleden.
  2. Het streven is deze workshop te houden met Corry de Rooy, psychologe, voor volwassenen tegen een nader te bepalen prijs.

 

B.                                                              I N L E I D I N G

Definities
• Een compliment is     een blijk van positieve aandacht voor iets wat goed werd gedaan
• Kritiek is                      een blijk van positieve aandacht voor iets wat wellicht beter kan worden gedaan.


De waarde van kritiek

Zelfs mensen die veelvuldig contact met elkaar hebben, vormen zich van elkaars gedrag en karakter een beeld dat lang niet altijd overeenkomt met de werkelijkheid, in die zin dat aan het gedrag heel andere motieven, achtergronden en doelen ten grondslag liggen dan men denkt. Die kans is des te groter naarmate men slechts op het niveau van algemeenheden met elkaar communiceert. Misverstanden kunnen soms jaren duren voordat duidelijk wordt hoe het zit.
Men kan dit voorkomen door het uiten van kritiek en het praten hierover. Degene die kritiek uit, kan eraan bijdragen dat belangrijke misverstanden en hiaten in kennis worden blootgelegd en opgelost. Zo kan voorkomen worden dat een vriendschap of een goede verstandhouding onnodig eindigt, dus door onjuiste beeldvorming. Kritiek is in principe nooit kwetsend voor de ontvanger. Kritiek uiten is iets van de zender. Er is 50% kans dat kritiek qua feitelijke basis terecht is. Zo kan men met een schone lei verder gaan. Dus is er alle reden de kritiek te uiten. Kritiek is, volgens de definitie van kritiek, geen kritiek als die afbrekend wordt geuit.  De vorm kritiek is effectief omdat men zo meteen tot de kern komt. Hieronder en in workshop kritiek 2/2 staat beschreven hoe men kritiek positief kan geven en er positief op kan reageren.

Goed omgaan met kritiek
Goed omgaan met kritiek is de belangrijkste en moeilijkste communicatieve vaardigheid. In deel 2/2 van deze workshop (B-3) heb ik geprobeerd aan te tonen dat kritiek geven in principe een positieve actie is. Ook negatief bedoelde kritiek kan positief worden benaderd. Je kunt weerbaar worden tegen kritiek als er bij oefeningen in het ontvangen van kritiek, fundamenteel een knop omgaat in je hersens meteen na het horen van de kritiek. Op dat moment klap je meestal dicht of vallen je niet de juiste woorden in en kom je niet toe aan een goede reactie.
Voor een goede reactie in mentale zin is m.i. nodig: via veel oefenen wennen aan het feit dat er kritiek is gegeven. (Exposure oftewel blootstelling, een vaak gebruikt middel in de psychologie. Hier ook toepasbaar mits zeer voorzichtig toegepast, dus qua moeilijkheidsgraad in glijdende schaal.)
Dit kan bereikt worden door middel van veel korte oefeningen met een standaard reactie. Mij lijkt het meest effectief: meteen na de kritiek gehoord te hebben, te reageren in:

DRIE STAPPEN

STAP 1
“Interessant.”      (Pauze)        “Hoe bedoel je?”

Toelichting stap 1
Timing en intonatie zijn belangrijk. Vandaar de pauze.
Ik uit me zelfverzekend en daardoor voel ik me ook zelfverzekerd, overeenkomstig de zelfperceptietheorie, Kees van der Velden, Directieve therapie, 2010, pag. 164.
In “Hoe bedoel je?” zitten zowel het morele aspect (opbouwend bedoelde kritiek?) als een inhoudelijk aspect “Specificeer je kritiek eens. Wat is de kern?”.
Door nadere uitleg te vragen straal je uit, dat je niet bang bent voor kritiek, zodat je niet hoeft te belanden in een onderdanige positie. Ook kritiek met een afbrekend doel kan nog nuttige elementen bevatten.

Bij negatief bedoelde of overkomende kritiek kan er aan het woordje “Interessant” een (licht) ironische lading worden meegegeven. Dit ter inleiding op “Hoe bedoel je?”.

Het geven van positief bedoelde kritiek is in principe een positieve actie, omdat de kritiek nuttig kan zijn voor de toekomst. (Een compliment betreft het verleden.) Het is vaak mogelijk ook negatief bedoelde kritiek, in je geest om te buigen (“Niemand is volmaakt”), want als kritiek niet opbouwend is, zegt dit iets over de kritiekgever (ruzie gehad?), niet de ontvanger van de kritiek. “Niemand is volmaakt”  is weliswaar ook van toepassing op jezelf als ontvanger van de kritiek, maar het richten van deze relativerende gedachte  op de kritiekgever heeft het voordeel, dat je hem zo meteen vergeeft en daarmee de afbrekende kritiek loslaat.

STAP 2
Je luistert naar de beantwoording van jouw vraag “Hoe bedoel je?” en bepaalt of dit antwoord voldoende duidelijkheid biedt.

STAP 3
Je sluit af met: “Dank je voor je kritiek. Ik zal kijken of ik er mijn voordeel mee kan doen.” of een vergelijkbare zelf bedachte variant.

Doel van deze oefening
Nogmaals: het doel  van deze oefening is: In onze geest een knop omzetten, wat ervoor zorgt dat we altijd positief aankijken tegen elke vorm van kritiek en er ook positief op reageren. Mijn stelling is: Door de onderstaande oefeningen een aantal keer uit te voeren op één of twee avonden, wordt men weerbaar tegen kritiek.

C.                                                              D E   O E F E N I N G E N

INLEIDING (algemeen)

De groepsleden kennen elkaar nog niet of heel oppervlakkig. We maken een voorstelrondje in de grote kring. OF
De groepsleden kennen elkaar al redelijk goed. We gaan meteen door met het volgende.

Zoals gezegd, meteen na het aanhoren van de kritiek komen we vaak niet toe aan een goede reactie in mentale en inhoudelijke zin. We kunnen dit veranderen. Dit is mogelijk door te wennen aan het feit dat er kritiek is gegeven. Dit kan door middel van het doen van vele  korte oefeningen, waarbij de reactie op de kritiek is gegoten in een sjabloon, in een standaard-vorm. Zo komen we tot de volgende oefening:

STRUCTUUR

Pen en papier
Iedereen houdt pen en papier bij de hand.

Rondes
Er zijn bv. 10 personen. We maken 5 groepjes van twee personen, die we A en B noemen.
Ronde 1. Groepje 1 is aan de beurt. Alle andere 8 groepsleden zijn observator (om van elkaar te leren).
Ronde 2. Groepje 2 is aan de beurt. De rest is weer observator.
Enz. t/m ronde 5. Er zijn dus 5 rondes (in geval van 10 personen)

Delen
Elke ronde heeft 2 delen:
Deel 1:
A geeft kritiek op B,
Deel 2:
Als deel 1, alleen A wordt B en B wordt A.

Opmerking 1 over een andere vorm
In een uitgebreidere variant van deze oefening (zie workshop deel 2/2) kan persoon B, die luisteraar is en de kritiek ontvangt, oefenen met de luistervaardigheden parafraseren of reflecteren of beide. A geeft aan of B het goed begrepen heeft. B geeft aan waarom hij de kritiek op prijs stelt, en waar hij het mee eens is en waarmee niet en wat hij ermee gaat doen en wat niet.
(Dit volgens wetenschappelijk onderzoek van prof.dr. H.T. van der Molen, neergelegd in zijn boek ”Aan verlegenheid valt iets te doen” met als basis zijn proefschrift tot doctor, genaamd “De effectiviteit van cursussen voor verlegen mensen”, cum laude beoordeeld.)

Opmerking 2 over napraten
Aan het eind van de avond of aan het eind van oefening 15 praten we in de grote groep na. Dan pas, omdat we de echt belangrijke dingen heus wel onthouden. Voor de zekerheid kunnen we pen en papier bij de hand houden, want we zullen waarschijnlijk de bijna onbedwingbare neiging krijgen iets te berde te brengen.  Het gaat er nu om om zo veel mogelijk maal de oefening te herhalen, zodat de knop echt zal omgaan na 1 of 2 avonden. Het napraten meteen na een oefening werkt vermijdings- en uitstelgedrag in de hand. Je leert vele malen meer met oefenen dan met praten over het oefenen.


Bij herhaling van de oefeningen t/m 15 kan men hoogstwaarschijnlijk beginnen bij oefening 8.

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

GANG  VAN ZAKEN BIJ ELKE OEFENING HIERONDER.

Ronde 1 t/m 5
Deel 1

A geeft steeds de kritiek.


B geeft de volgende standaard-reactie:
 STAP 1

Hij zegt:
“Interessant.”        (pauze)          “Hoe bedoel je?”

STAP 2
Hij luistert naar een korte uitleg van A.

STAP 3
Hij geeft een afsluitende standaard-reactie in de volgende geest: “Dank je voor je kritiek. Ik zal kijken of ik er mijn voordeel mee kan doen.”

Deel 2
We laten de sub-groepjes van 2 personen onveranderd, doen deze oefening nogmaals, maar A wordt B en B wordt A.

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

We passen bovenstaande gang van zaken toe op de volgende oefeningen. (Alle deelnemers doen een oefening voordat we overgaan naar de volgende oefening.)

1.
A > B  Gemeend compliment gemaakt als compliment

2.
A > B Gemeend compliment gemaakt als kritiek

3.
B  > A bedenkt en omschrijft een verzonnen situatie waarin hij zich (min of meer) heeft misdragen.
A > B geeft kritiek.
Tweemaal deze oefening herhalen of zoveel maal als de behoefte daartoe aanwezig is.

4.
A > B Niet gemeende kritiek gegeven als kritiek

5.
A  > B Gemeende kritiek gegeven als compliment

6.
A > B Gemeende kritiek gegeven als kritiek in een gunstig kader, zonder een morele lading. Zie toelichting hieronder.

7.
A > B Idem als oef. 6

8.
A > B  Gemeende kritiek gegeven als kritiek weer in een gunstig kader, maar nu met een morele lading. Zie toelichting hieronder.

9 t/m 15.
Gemeende kritiek gegeven als kritiek, in vrije vorm. De kritiek kan steeds zwaarder worden, waarbij taalgebruik en toon steeds onvriendelijker zijn, naarmate B daartegen bestand is.

TOELICHTING

Voorbeeld bij oefening 6.
Jullie hebben een auto gehuurd om naar mijn vakantieadres in Belgie te reizen. Dat stel ik zeer op prijs en het was heel gezellig (gunstig kader), maar waren jullie niet veel goedkoper uit geweest als je de trein had genomen? (zonder morele lading)

Voorbeeld bij oefening 8
Jij hebt veel talent in …… (gunstig kader). Ik heb kritiek op hoe je dat talent probeert om te zetten in maatschappelijke erkenning (met morele lading).

Indeling van het programma
Het programma bestaat uit 2 delen: oefening 1 t/m 8 en oefening 9 t/m 15. Het kan nuttig zijn enige tijd (een uur of een week) in te ruimen tussen deze 2 onderdelen in verband met het verwerken (internaliseren) van de ervaringen, opgedaan in het eerste 8 oefeningen, en in verband met de tijd.

Aan het slot van de avond of oefening 15 praten we na.