Vraag en antwoord

Samenvatting:
Allerlei soorten vragen kunnen worden voorgelegd.

Vraag 1:
Dick, jij hebt de handleiding voor de bestaande basiscursus geschreven. Waarom zijn in die handleiding geen vrije groepsgesprekken in de grote groep opgenomen?

Antwoord:
Samenvatting: Een openhartig, samenhangend eigen verhaal in de grote groep vereist structuur (veiligheid, tijd en ruimte).

Vanaf les 7 komt telkens een oefening aan de orde, waarin wordt gevraagd wie in deze oefening in de grote groep het woord willen voeren over hun verlegenheid. Per onderdeel mag slechts één persoon vertellen, de anderen luisteren stilzwijgend of via vragen stellen. Als het verloop van zo’n groepsgesprek geheel vrij zou worden gelaten, zouden er ongetwijfeld een aantal groepsleden zijn die wel iets willen zeggen maar er niet tussen kunnen of durven komen zeker bij een middelgrote groep, want anders zou een belangrijk deel van hun verlegenheid al helemaal opgelost zijn en zouden ze de cursus niet nodig hebben. Maar dit zou een miskenning betekenen van de redenen waarom zij zich voor de cursus hebben opgegeven. Een vrij groepsgesprek is iets voor de vervolgcursus, want zelfs een gestructureerd gesprek, zoals hierboven is bedoeld, is iets wat lang niet alle groepsleden (meteen) durven. Vooral de avondbegeleider en de contactpersoon hebben hier de mooie taak alles in goede banen te leiden, b.v. niet blijven vragen wie wil, maar vrij snel al bepaalde mensen persoonlijk uitnodigen, zo mogelijk via de mini-begeleider.
Conclusie: Nu kan men, alle moed bijeen rapend, via bewuste timing besluiten al dan (nog) niet, assertief de kans te nemen om uitgebreid iets persoonlijks te vertellen in de grote groep, gedragen door de rest van de groep.

Toelichting
Er zijn wel degelijk bijna elke les oefeningen waarbij men in de grote groep over zijn verlegenheid kan vertellen, namelijk al vanaf les 7.
Wanneer treedt verlegenheid op? Prof. dr. H.T. van der Molen, 1984: Een verlegen mens heeft vooral last van verlegenheid in een groep van 5 tot 10 personen, als de aanwezigen vage bekenden zijn en bij een informele omgang, waarbij de verlegen mens een initiatief wil nemen. Informele omgang, omdat de omgangsregels nog niet bekend zijn (groepsnormen en -verwachtingen).
Een groepsbijeenkomst voldoet helemaal aan deze beschrijving. In de cursus wordt dan ook vanaf les 1 gestructureerd in groepjes van drie gepraat. Vanaf de 7e les van de cursus, die 4 modules van elk 5 bijeenkomsten omvat, wordt gevraagd of er mensen zijn die de stap willen nemen om over hun verlegenheid te vertellen in de grote groep. Dit is het moment waar het op aankomt. In de echte werkelijkheid kun je ook niet passief afwachten tot je min of meer vanzelf gaat praten. Assertiviteit wordt nu al geoefend. iedereen wordt dus in de gelegenheid gesteld zich op te geven om tijdens dezelfde avond in de grote groep over aspecten van verlegenheid die hem hoog zitten het woord te voeren. Bij het vertellen kan men worden geholpen door vragen van de anderen, die op dit moment geen eigen ervaringen en meningen mogen ventileren. In de beperking toont zich de meester. De hoofdpersoon vervult de hoofdrol, d.w.z. hij doet zijn eigen verhaal en beantwoordt eventuele vragen op zijn manier. Hij wordt via vragen geholpen vrijuit te vertellen en drempels te nemen, zodat hem niet de mond wordt gesnoerd; ook worden ongevraagde adviezen zo voorkomen; zijn verhaal wordt niet gecorrigeerd of overgenomen. Het is dan ook de bedoeling dat de vragen aansluiten op het reeds vertelde, De vragen dienen voorts als middel om eventuele blokkades bij de verteller te doorbreken en verdere duidelijkheid te verkrijgen over de problemen van de verteller, waar dan in een bijzonder geval later een extra aciviteit van de groep aan gekoppeld kan worden. Concentratie op de ander via luisteren (w.o. vragen stellen) is onmisbaar voor goede communicatie. De doelgerichtheid wordt hiermee ook bevorderd. Iedereen kan aan de beurt komen in een les of 2,3. De eigen beurt kan worden benut om op aspecten van eerdere verhalen van medegroepsleden in te gaan (timing). Zo blijven vertellen en luisteren gescheiden. Structureel overzichtelijk. Houvastgevend. De beperking tot luisteren dient er ook voor om de wens tot spreken aan te wakkeren, zodat er in volgende bijeenkomsten voldoende gegadigden zijn die willen spreken.
Een op deze wijze gestructureerd groepsgesprek houdt rekening met het beginstadium in de overwinning van verlegenheid, waarvan de kenmerken hierboven zijn beschreven (vd Molen). De eigenschap van deze oefening is: Structuur (veiligheid), en dankzij die veiligheid in de schijnwerper durven staan..
Een voordeel van deze oefening is ook dat op deze wijze een aanloop wordt genomen naar een spreekbeurt.

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Vraag 2:
Is de directieve therapie ontworpen door Kees van der Velden?

Antwoord:
Hij heeft de directieve therapie in Nederland geïntroduceerd en verder uitgebouwd met medewerking van hoogleraren en psychiaters. Hij is benoemd tot hoofdredacteur van boek en tijdschrift “Directieve therapie”. Ook moeten genoemd worden zijn briljante en originele kijk op het begrip “Persoonlijkheidsstoornissen” en zijn buitengewoon plastische en humoristische beschrijvingen. Ongetwijfeld is hij geïnspireerd geworden door de beroemdste namen uit het buitenland, zoals Haley en Erickson. De wetenschappelijke aanleg is verruimd met de kunstzinnige. Hij is ook kunstschilder.

Wilt u meer weten over de achtergronden en resultaten van directieve therapie? Een afscheidsrede bij het vertrek van de universiteit door een medewerker van “Directieve therapie”, prof. dr. Kees Hoogduin, staat op internet. Dit is een soort evaluatie. Google “Kwartaalschrift directieve therapie Kees van der Velden” en u krijgt als eerste resultaat te zien de tekst van de afscheidsrede. Alleen de inleidende pagina’s staan in het Engels.