Verlegenheid 2/2

IS VERLEGENHEID EEN PERSOONLIJKHEIDSSTOORNIS?

Vooraf:
Wat niet het doel is van dit stukje: De vakkennis en het inzicht van psychiaters in twijfel trekken.
Wat wel het doel is:
1. propageren van zelfkritiek,
2. het verschil aangeven tussen persoonlijkheidskenmerken en psychische problemen;
3. de lezer een hart onder de riem steken.

Samenvatting
“Persoonlijkheidsstoornis” is een vaak in de psychiatrie gebruikt, maar inhoudloos begrip (op een enkele uitzondering na) en dus kan verlegenheid er niet onder vallen.

Het begrip persoonlijkheidsstoornis
Deze aanduiding van het probleem van een patiënt is een populaire diagnose bij clinici, aldus Kees van der Velden, hoofdredacteur van het boek “Directieve therapie” (2009/2010). Als resultaat van onderzoek bleek dat meer dan 50% van de psychiatrische patiënten in een bepaalde periode de diagnose persoonlijkheidsstoornis kreeg toebedeeld. Van der Velden komt in zijn boek tegen deze misstand in opstand, een stellingname waar ik het geheel mee eens ben; de macht van het woord is groot en bovendien mag men verwachten dat de geestelijke gezondheidszorg de plaats bij uitstek is, waar streng opgetreden wordt tegen stigmatisering. Het woord persoonlijkheid heeft betrekking op karakter, niet op een psychische ziekte, zoals een depressie of een psychose, waarbij herstel mogelijk is. Een arts bestrijdt niet het karakter maar een ziekte. Iemand die de diagnose persoonlijkheidsstoornis ontvangt, kan volgens deze diagnose niet genezen, wat dus niet aan de arts ligt.

Verlegenheid en persoonlijkheidsstoornis
Verlegenheid wordt wel aangeduid met de term “schuchtere persoonlijkheidsstoornis”. Hoe kan verlegenheid aangepakt worden als die in alle facetten een onderdeel is van de persoonlijkheid? De voordelen van verlegenheid kunnen worden gebruikt in de strijd tegen ernstige nadelen.

Persoonlijkheidsstoornis als versperring op de weg naar een zinvolle diagnose
Vele psychiaters kunnen het ongemak dat zij ondervinden van een patiënt, moeilijk als een eigen gebrek bestempelen. Het ongemak dat psychiaters van een patiënt ervaren, wordt in de psychiatrie gewoonlijk geweten aan een persoonlijkheidstoornis van de patiënt, bv. een narcistische of een theatrale persoonlijkheidsstoornis. * Dat ongemak wordt veroorzaakt, aldus Van der Velden, door gedrag dat afwijkt van de normale culturele verwachtingen (cursivering van DS), gedrag dat ongewenst is omdat het de aandacht afleidt van een goede diagnose bij een psychische ziekte van de patiënt, gedrag dat de psychiater in de verleiding brengt van een ziekte te spreken. Een zogenaamde persoonlijkheidsstoornis, oftewel, positief geformuleerd, een bepaald (kleurrijk of boeiend) karaktertype, kan, volgens Van der Velden, helaas ernstige stress en remmingen met zich meebrengen op het gebied van sociaal en beroepsmatig functioneren. Dat is al vervelend genoeg voor de patiënt……

Verlegenheid een ernstig probleem?
…..Bijvoorbeeld soms ingeval van verlegenheid, namelijk als de verlegenheid in veel situaties in sterke mate optreedt, wat lang niet altijd het geval is. – Verlegenheid is door de psycholoog Henk van der Molen, die promoveerde op het thema verlegenheid, gedefinieerd als angst in bepaalde sociale situaties; wie voelt in het contact met anderen nooit een zekere mate van angst?! En is angst niet dikwijls nuttig als waarschuwing?! – Het is dus vaak absurd om van een ziekte of een stoornis te spreken (laat staan van de gehele persoonlijkheid). In sommige culturen wordt verlegenheid gezien als een kwaliteit. Verlegenheid kan een kwestie zijn van gewenst of ongewenst aangeleerd gedrag, noch behorend tot de persoonlijkheid (het karakter) noch tot een ziekte. 

Diagnose persoonlijkheidsstoornis onwetenschappelijk
Kortom, Van der Velden stelt dat de term Persoonlijkheidsstoornis mensonterend en afschuwelijk is en bovendien onwetenschappelijk, omdat er vaak meningsverschil is over de soort stoornis die in het geding is, en mijns inziens ook omdat de vraag of er een persoonlijkheidsstoornis is, afhangt van waar een persoonlijkheid minimaal aan moet voldoen. Dit is een kwestie van waarden en normen (mensbeeld) en wetenschappelijk niet vast te stellen. Bovendien hangt het al dan niet bezorgen van dit etiket er, aldus Van der Velden, dikwijls van af of men de persoon in kwestie mag.

Conclusie Van der Velden 1/2
Het komt erop neer dat Van der Velden zich afvraagt: “Hoe kan het goed komen wanneer zoiets intiems als iemands gehele persoonlijkheid, iemands wezen niet deugt? Welke hoop heeft hij nog?” Een ander woord voor Persoonlijkheidsstoornissen is Aanpassingsstoornissen of nog beter Persoonlijkheidskenmerken, synoniemen die Van der Velden aandraagt om het foute beeld in een correct kader om te zetten.

De gevaren van “aanpassing”
Blijft over …. ”stoornissen”. Ik maak de volgende vergelijking in een jaren ’50 situatie: Een klas met leerlingen die allemaal Rooms Katholiek zijn, op één na, die Hervormd is, heeft een probleem wanneer die Hervormde leerling Hervormd blijft, tenminste als deze houding wordt gediagnosticeerd als een stoornis (pesten).

     Ik ga verder: In de jaren 1933 tot 1945 was de politieke stroming in Duitsland die haat verkondigde tegen de Joden zo groot, dat er tevens sprake was van een culturele verwachting, want 80% van het volk stond achter Hitler en verkeersborden als “Inrijden verboden voor Joden” waren heel gewoon. Dit was een misdadige levenshouding. Die 20% die zich niet wilden en konden aanpassen, hadden geen aanpassingsstoornis, ja helemáál geen persoonlijkheidsstoornis, maar een vast en gewetensvol karakter.

Psychopathie
Die 80% waren aangetast door een psychopathische epidemie. Het verschijnsel psychopathie (gewetenloosheid) is de enige persoonlijkheidsstoornis met een wetenschappelijke basis: het is een met zekerheid vast te stellen karaktereigenschap die de samenleving in ontoelaatbare mate verstoort (antisociale persoonlijkheidsstoornis).

Hoop
Mensen die zo bescheiden en inlevend zijn dat ze (enigszins) verlegen zijn gebleven, hebben geen stoornis. Een alternatieve definitie van verlegenheid, met een expliciete positieve etikettering, is dan ook ”een sterke afkeer om te kwetsen” ** (bv. uit religieuze overwegingen), een definitie die precies past binnen de aanpak van Van der Molen, die de ontwerper en initiator is van een cursus i.p.v. therapie. Zie het boek “Aan verlegenheid valt iets te doen” (1984), waarin de resultaten van zijn proefschrift en een cursusprogramma zijn opgenomen. Verlegenheid kan een persoonlijkheidskenmerk zijn en is pas een aandoening als de verlegenheid in ernstige mate een goed leven verstoort. Iemand die last heeft van verlegenheid én depressief is, kan depressief zijn geworden door zijn verlegenheid of verlegen zijn geworden door zijn depressie. In beide gevallen kan een cursus in communicatieve vaardigheden en goede denkgewoonten hem verlossen van een groot deel van zijn verlegenheid en daarmee waarschijnlijk ook van zijn depressie, zonder dat hij zijn karakter hoeft te veranderen of te verloochenen, maar waarbij hij wel kan profiteren van een hernieuwd toekomstperspectief, dankzij oefeningen en het verwerven van inzicht in de aard en de voor- en nadelen van zijn verlegenheid.

Van der Velden: “Narcistische mensen raadplegen ons wegens hun depressies en angsten, niet vanwege hun ijdelheid. Wij behandelen dus hun angsten en depressies, en proberen hun ijdelheid te benutten ten dienste van deze behandeling.” Wat verlegenheid betreft veronderstel ik het volgende. Waar er sprake is van overvoorzichtigheid en hooggevoeligheid als persoonlijkheidskenmerken, daar richt de directieve therapeut zich niet op deze persoonlijkheidskenmerken maar op overdreven sterke angsten bij communicatie en de invloed daarvan op het gedrag. Genoemde persoonlijkheidskenmerken kunnen bv. behulpzaam zijn bij het verwerven van luistervaardigheden zoals parafraseren en reflecteren, die essentieel zijn voor een goed gesprek. Zo werkt ook de cursus van de stichting (heel veel oefenen). De persoonlijkheidsstoornis is een persoonlijkheidskenmerk geworden. Er is weer hoop.

Positieve etikettering is een van de belangrijkste principes uit de directieve therapie, niet alleen qua vorm maar ook qua inhoud, heeft grote invloed op een positieve houding van de therapeut en komt diens aanpak ten goede.

Conclusie Van der Velden 2/2
“In de directieve therapie is de zogenaamde persoonlijkheidsstoornis dat aspect van de cliënt dat de therapeut moet zien mee te krijgen in de behandeling ….”.

De persoonlijkheid van de patiënt kan ook een —  op het eerste gezicht – prettig en positief ”randverschijnsel” zijn bij de diagnose en behandeling van zijn psychische ziekte, maar kan juist dan een afleidend element zijn. Van der Velden heeft dit zeer humoristisch geïllustreerd in een nummer van het “Kwartaalschrift voor directieve therapie en hypnose (Dth)” uit de jaren ’90, naar ik me herinner ongeveer als volgt. De afvoer van een huis vertoont een stoornis, is verstopt. In de werkopdracht leest de loodgieter de volgende beschrijving van de klacht: “Het betreft een gezellig hoekpand. De afvoer onder het huis is verstopt, de woning heeft ruime kamers, met een riant uitzicht op de nabijgelegen bosrand.” De overbodige aanvullingen werken helaas niet mee ten dienste van de nodige werkzaamheden aan de riolering.

Afsluiting
Ik raad met klem aan te lezen het schitterende hoofdstuk “Persoonlijkheidsstoornissen”, uit het boek “Directieve therapie” (2009/2010) ***, waaronder de volgende paragrafen:
30.1.7 “Is het erg om aan een persoonlijkheidsstoornis te lijden?” en
30.1.8 “Persoonlijkheidsstoornissen en de directieve therapie”
Hierin en in negen andere paragrafen worden uitgebreid misstanden rond het gebruik van de diagnose persoonlijkheidsstoornis en het dilettantisme in de psychiatrie glashelder, pakkend en humoristisch uit de doeken gedaan.

Wilt u meer weten over de achtergronden en resultaten van directieve therapie? Een afscheidsrede bij het vertrek van de universiteit door een medewerker van “Directieve therapie”, prof. dr. Kees Hoogduin, staat op internet. Dit is een soort evaluatie. Google “Kwartaalschrift directieve therapie Kees van der Velden” en u krijgt als eerste resultaat te zien de tekst van de afscheidsrede. Alleen de inleidende pagina’s staan in het Engels.
M.i. blijven vondsten en creativiteit naast vakkennis een sterk element in de vraag “Wat werkt bij deze patiënt?” Zij kunnen niet zonder elkaar. Neem bv. het aanbevelen van een niet algemeen bekende roman (hoewel een meesterwerk) waarin dezelfde problematiek wordt uitgewerkt als die van de patient.

Noten
* Echter, Van der Velden heeft ook begrip in die zin dat hij erkent dat er omstandigheden zijn geweest die het ontstaan van het begrip persoonlijkheidsstoornis in de hand hebben gewerkt.

** Dat wil niet zeggen dat niet-verlegen mensen altijd de neiging hebben om te kwetsen.

*** Praktisch dezelfde tekst van dezelfde wetenschapper/schrijver/therapeut verscheen eerder in het boek “Directieve therapie 4″ uit 1992.