Therapieën

1. Onderwijs in plaats van therapie, ter oplossing van verlegenheid

De onderwijsmethode van Prof. Henk J. van der Molen (1984) kan worden ingezet wanneer de aard van de verlegenheid geen therapie (meer) vergt of wanneer deze methode als aanvulling op therapie kan dienen. Deze methode wordt gebruikt door de Stichting Aanpak Verlegenheid, waarbij de stichting een element heeft toegevoegd: zelfhulp, ontworpen en ontwikkeld door de oprichter van de stichting. De methode van prof. Van der Molen is beschreven in zijn boek “Aan verlegenheid valt iets te doen, een cursus in plaats van therapie”, afgeleid van zijn cum laude verdedigde dissertatie, en is geheel toegespitst op verlegenheid. Praktisch alle elementen in de cursus van de heer Van der Molen zijn, na aanpassing voor zelfhulp, destijds door mij overgenomen in een lesprogramma voor een cursusboek dat door Jan van Wandelen is geschreven merendeels op basis van het werk van Prof. Van der Molen.
Deze methode vertoont geheel toevallig op meerdere punten een overeenkomst met de directieve therapie van Kees van der Velden (1980, zie paragraaf 2): zij nemen allebei als uitgangspunt actie; de hulp is in beide gevallen “directief”. Alleen gaat genoemd boek van Van der Molen uitsluitend over verlegenheid (er zijn talloze boeken van zijn hand verschenen over andere onderwerpen dan verlegenheid ). De heer Van der Molen is psycholoog, geen therapeut, hoewel van hem is het boek “Psychologische gespreksvoering”, een handboek voor hulpverleners. Zie de pagina Literatuur (2e titel).
Van der Molen heeft dus een cursus voor verlegen mensen geschreven ten behoeve van planmatige actie via oefeningen.

2. Directieve therapie

Kees van der Velden (een wetenschappelijk medewerker, die is verbonden aan de universiteit van Utrecht, een betere therapeut had ik niet kunnen treffen) gebruikt op de patiënt toe te snijden middelen en technieken om actie te stimuleren. Alle hieronder te noemen uitgangspunten van de directieve therapie zijn op een of andere wijze (bewerkt) verwerkt in de door mij opgestelde handleiding voor de basiscursus, die uitgaat van zelfhulp, zoals (in willekeurige volgorde):

  1. het paradoxale advies (om barrieres te slechten),
  2. de zelfperceptietheorie (eerst doen en uit de resultaten van de actie het (positieve) zelfbeeld vormen),
  3. positief etiketteren (een probleem in een gunstig daglicht stellen als een goede basis voor verbetering),
  4. zelfrespect en behoefte aan autonomie benutten,
  5. vrijheid onderstrepen,
  6. nadere informatie verstrekken,
  7. een opdracht als experiment kenmerken,
  8. zelfcontroleprocedures adviseren
  9. leren beslissingen te nemen (voor- en nadelen opschrijven),
  10. timing,
  11. eclecticisme (open staan voor andere methoden),
  12. exposure (bloot stellen aan het probleem en er zo aan leren wennen, ook een principe van Van der Molen),

De handleiding en de zelfhulp-begeleidingsmethode voor de cursus zijn met zeer gunstig resultaat aan prof. Van der Molen voorgelegd.

Wilt u meer weten over de achtergronden en resultaten van directieve therapie? Een afscheidsrede bij het vertrek van de universiteit door een medewerker van “Directieve therapie”, prof. dr. Kees Hoogduin, staat op internet. Dit is een soort evaluatie. Google “Kwartaalschrift directieve therapie Kees van der Velden” en u krijgt als eerste resultaat te zien de tekst van de afscheidsrede. Alleen de inleidende pagina’s staan in het Engels. Dit is een soort evaluatie. M.i. blijven vondsten en creativiteit naast vakkennis een sterk element in de vraag “Wat werkt bij deze patiënt?” Zij kunnen niet zonder elkaar. Neem bv. het aanbevelen van een niet algemeen bekende roman (hoewel een meesterwerk) waarin dezelfde problematiek wordt uitgewerkt als die van de patiënt.

Voor meer informatie zie de pagina Links

Hieronder een globale persoonlijke kijk op, een schets van de

DIRECTIEVE THERAPIE TEGENOVER NON-DIRECTIEVE THERAPIE

Gedurende jaren heb ik globaal kennis genomen van de directieve therapie en heb ik me erdoor laten leiden, dus eigenlijk ten slotte als ervaringsdeskundige. De term directieve therapie wordt vaak begrepen als een theorie die een aanpak voorstaat tegenovergesteld aan de principes van non-directieve therapie. Dit vind ik een onjuiste zienswijze, omdat non-directieve therapie in zoverre niet bestaat dat elk mens in een gesprek de ander op een of andere manier beïnvloedt. Van de invloeden zullen beide partijen zich mogelijk niet altijd bewust zijn. Als je dan toch de ander beïnvloedt, kun je het maar beter verantwoord, gecontroleerd en bewust doen.
Directieve therapie is mijns inziens de therapie van (de bewustwording van) de door de patiënt als logisch ervaren, zinvolle vervolgstap. “Logisch” hier niet in de betekenis van “via helder redeneren tot stand gekomen” maar passend. De cliënt kan die stap vaak (nog) niet zetten door te weinig kennis van de mogelijkheden of te weinig vaardigheden of te veel blokkades. De directieve therapie is niet een therapie waarin de patiënt geadviseerd wordt welke kant hij op moet, wat hij moet willen. De directieve therapeut helpt hem wel duidelijk te krijgen wat hij wil, zodanig dat zijn wensen en idealen niet alleen maar gedachten en woorden blijven, maar ook geconcretiseerd kunnen worden. Als de patiënt vervolgens vast loopt in de vervolgstappen kan de therapeut hem adviseren wat hij alvast wel kan doen. Het verleden verwerken bijvoorbeeld. Barrières opruimen dus, bv. brieven schrijven aan familieleden of wat dan ook, al naar gelang waar er problemen zijn.
De hoofdredacteur Kees van der Velden van de vierdelige boekenserie “Directieve therapie” (1977-1992) * heeft eens geschreven, dat directieve therapie slechts goede therapie beoogt te zijn. Goede therapie is therapie die werkt. Dan moet die wel eclectisch van aard zijn, d.w.z. open staan voor beginselen en uitgangspunten uit andere therapieën die doeltreffend kunnen zijn, aangezien niemand de wijsheid in pacht heeft. Pagina 15 van deel 3: “In directieve therapie geldt dat wat helpt belangrijker is dan wat zou moeten helpen”. Vooral als een therapeut ook wetenschapper is, zoals de heer Van der Velden, kan hij natuurlijk ook zelf een aanpak, een vorm ontwerpen en uitproberen.
Therapie, ja het hele leven, is te allen tijde een proces waarin wordt onderzocht of een vorm van actie kan worden ondernomen en zo ja, hoe (langs welke weg). Ook of juist een besluit nemen tot het ondernemen van geen actie (“non-directief”) is actie. In deel 3 van “Directieve therapie” worden de principes van de directieve therapie toegelicht. Soms betekent het niet geven van directieven op een bepaald gebied, dat wordt ingespeeld op de behoefte van de patiënt om de weg naar de oplossing van een probleem zelf te vinden, zodat die weg iets van hemzelf is (autonomie). Dan is er toch een directief, namelijk: “probeer die weg (voorlopig) zelf te vinden”. Deze directief kan ook impliciet worden gegeven door voortdurend de richting van het gesprek door de patiënt te laten bepalen, waarbij ter plaatse diep levende onbewuste wensen de ruimte kunnen krijgen naar boven te komen. Paradoxale opdrachten kunnen worden gegeven bv. als de therapeut ervan overtuigd is dat de patiënt een goede uitweg niet uit zichzelf zal vinden.

Ik zou willen concluderen dat de directieve therapie overkoepelend en allesomvattend is. De directieve therapeut is in wezen een coach en geen vertegenwoordiger van een bepaalde therapiestroming. Ik denk dat het hier mee te maken heeft, dat Van der Velden zichzelf lange tijd ondanks zijn grote kwaliteiten gepresenteerd heeft, en misschien nog, als maatschappelijk werker, een mooie tegenstelling met het metakarakter van directieve therapie.

* Herziene uitgave in één deel verschenen in 2009/2010 (slechts 62,–).

3. Rationeel-emotieve therapie.

Zie de vier pagina’s “probleemanalyse ……enz.”

4. Transactionele analyse
(op grond van de drie zijnstoestanden in de mens: Ouder, Volwassene en Kind)

BERNE, Dr. Eric: “Mens erger je niet”. (oorspr. titel: Plays people play)
Ondertitel: “De psychologie van de intermenselijke verhoudingen”.
Zuid Boek Produkties 2003 ca., ISBN 9058410145
Een zeer compact geschreven boek.

HARRIS, Thomas A.: “Ik ben o.k. – Jij bent o.k.”.
Ambo, Bilthoven. ISBN 9026317042
Een zeer degelijk en leesbaar boek.