Probleemanalyse / kort (werkex.)

Open ruimten voor in te vullen eigen gegevens

1. SITUATIE
Je merkt bij jezelf een ongewenst gevoel of een ongewenst gedrag. Omschrijf dit zo nauwkeurig mogelijk met je gedachten.

 

2.  BEOORDELING GEDACHTEN
Daag je gedachten uit (rationeel denken):

a. Hoe weet ik dat zo zeker? Heb ik niet overdre­ven? Zijn mijn gedachten waar, terecht? Welke wel en welke niet en waarom?

 

b. Helpen die gedachten (punt 1) me mijn ge­wenste gevoel/gedrag te berei­ken? Waarom wel en waarom niet?

 

c. Helpen die gedachten me ongewenste conflicten te voorkomen? Waarom niet?

 

d. Helpen mijn gedachten me mijn doel te bereiken? Waarom wel waarom niet?

 

3.  NIEUWE GEDACHTEN
Stel er andere gedachten voor in de plaats die wel leiden tot gewenste gevoelens/gedrag. Probeer je deze nieuwe gedachten eigen te maken. Zie de nieuwe situatie voor je, zodat die voor je gaat leven.

 

Maak je regelmatig probleemanalyses op papier of in je hoofd, dan merk je steeds minder vaak een ongewenst gevoel of gedrag (zie punt 1).

Dick Schoneveld