Probleemanalyse / toegift


13-8-2015

HARDNEKKIGE PROBLEMEN BUITEN VERLEGENHEID

Er kunnen hardnekkige problemen zijn die geen verband houden met verlegenheid maar het algemeen welbevinden in de weg staan. Daarbij is vaak sprake van problemen met een lange voorgeschiedenis: verslavingen of (andere) gewoonten met onprettige bijverschijnselen die niet zo makkelijk te overwinnen zijn.

Voor dit soort moeilijkheden is de volgende werkwijze een effectieve oplossing (niet overgenomen maar uit eigen ervaring ontstaan).

Probleemstelling (voorbeeld):

Hoe komt het dat ik sinds tientallen jaren in mijn keuken zo’n chaos laat ontstaan, dat ik me eraan erger en het echt wel voldoening gevend vind alles (na een week) op te ruimen? Waardoor lukt het niet alles meteen op te ruimen, zodat de chaos uitblijft? Dit is toch echt wel een wens van mij, sterker nog, het was ook meer dan eens een serieus voornemen.

Probleemanalyse. Schrijven over:

A. WAAR KOMT DIT GEDRAG VANDAAN? HOE IS HET ONTSTAAN?
Bv. 12 factoren, 12  verborgen, negatieve associaties, zoals: ”Hier zijn is zonde van mijn tijd; ik moet hier zo gauw mogelijk weg zijn; ik ben te onrustig om hier langer dan strikt noodzakelijk te zijn; onnodig lang hier zijn wekt de associatie ‘langzaam zijn’; lekker snel weg zijn doet denken aan snel zijn; de keuken is voor mij een gemeenschappelijke werkruimte; ik bepaal zelf mijn prioriteiten; enz. enz.” Deze gedachten zijn ingesleten en naar het halfbewuste overgebracht, resulterend in een vaag gevoel van afkeer.

B. HOE KOMT HET DAT IK DIE FACTOREN NIET KAN OF WIL UITSCHAKELEN? *1
In het kader van positief etiketteren maak ik eerst een opmerking die los staat van alle afzonderlijke factoren in punt A:  Zo gek is het nou ook weer niet om een week te wachten met opruimen. Alles meteen opruimen geeft een gestaag, onmerkbaar gevoel van probleemloze tevredenheid: opgeruimd staat netjes, er is geen piek. Als echter het contrast tussen de situatie vóór en na het opruimen groot is, dan is de voldoening ook groot. Je hebt het gevoel dat je wel degelijk problemen kunt aanpakken. Dus zo raar is het oude gedrag nu ook weer niet. Dit heeft sterk meegespeeld bij de weerstand tegen verandering.
………………………………………………………………….. *2

C. HOE KAN IK ER OOK TEGENAAN KIJKEN EN ZO DE WEERSTAND TEGEN VERANDERING WEGNEMEN? *1
…………………………………………………………………….. *
2

Je gaat je doen en laten vanzelf (bijna onbewust) veranderen als uitvloeisel van paragraaf C.
( Dit heb ik in een paar dagen bereikt met mijn keuken. Het lijkt net alsof er een scherm of een mistvlaag was opgetrokken. Het gevoel van onrust is weg. Ik verblijf nu ook weer niet met groot genoegen in de keuken. Maar dat hoeft ook niet.)

Idem dito met vermagering, stoppen met roken en andere zwaardere problemen. Hierbij is de voorbereiding (het schrijven en de concentratie op het geschrevene) intensiever zonder dat de methode zelf veranderd moet worden. *2

Je kunt een datum bepalen waarop het nieuwe gedrag ingaat, of een proefdatum, en de ervaringen uit proefperiode(n) overdenken, opschrijven en onderbrengen in punt A, B en C en vaak raadplegen (bij voorkeur vlak voor het slapen gaan: “gecontroleerde slaap”.)

Deze methode is veel doelgerichter dan zo maar ongestructureerd schrijven wat er in je opkomt, waarbij je makkelijk boos wordt op jezelf. Boosheid lost niets op.
Het gaat om verandering van gedachten, hetgeen overeenkomt met de kern van verlegenheidsreductie.

VOETNOTEN

*1 Inzake de relatie tussen B en C het volgende.
Negatief gewoontegedrag heeft ook voordelen: de gewoonte geeft houvast, je kunt ergens van uitgaan. Als een nieuwe gewoonte grotere voordelen heeft dan de bestaande, dan kan een voornemen tot de overgang naar de nieuwe gewoonte niet anders dan succesvol zijn, zou je zeggen. Een kwestie van logica, maar die vlieger gaat niet op door het hardnekkige karakter van gedachten die achter oude gewoonten schuil gaan, zoals “koffie zonder een sigaret is ondenkbaar”; ieder mens is op allerlei gebieden gehersenspoeld, negatief of positief. Bij punt B gaan we oude gedachten beredeneerd verdrijven. Bij punt C gaan we nieuwe gedachten ervoor in de plaats stellen. Door de relativerende opmerking onder B is het nieuwe gedrag niet — vrijheid ontnemend — overweldigend en dwangmatig.

*2
Per factor (zie A) uitwerken. Alles opschrijven wat je maar in deze context kunt bedenken. en wat van toepassing kan zijn op jou

=-=-=-=-=-=-=-=-=-