Workshop pesten 2/2

Hoe pesters aan te pakken

14-5-2013

Samenvatting:
Pesten is een kwestie van hoe functioneert het geweten.

Woord vooraf
Het volgende is op 20-4-2013 tijdens een meditatie naar boven gekomen. Niets daarvan is van iemand overgenomen. Van de Kiva-methode, die zich ook richt op de meelopers, heb ik nog geen kennis genomen.

Inleiding
Het pesten is een kwestie van hoe functioneert het geweten. Pesten is een poging tot diefstal van zelfvertrouwen. Men kan echter niet zijn eigen problemen oplossen door problemen bij een ander te veroorzaken. Dat is een vorm van negatief denken. Dat is net zo iets als vreemd gaan: door stiekem overspel te plegen los je je eigen huwelijksproblemen niet op. Je moet je problemen oplossen waar ze zijn ontstaan.
Bijna iedereen *, jong of oud, heeft als leidraad het eigen geweten, dat bijna in alle gevallen ontwikkeld kan worden. Daarom is de onderstaande aanpak, eventueel te voorzien van de nodige variaties en uitbreidingen, geschikt voor alle pesters, jong of oud, normaal intelligent of hoogbegaafd.
Benodigheden: pen en papier, oorkonde.
* Psychopaten uitgezonderd.

1. Laat een pester apart plaatsnemen, bv. in een kantine, met de klassevertegenwoordiger van een hogere klas of een andere leerling die enig aanzien geniet. Zij praten een paar minuten over het pestgedrag van de pester.
     De één-op-één verhouding doet een sterker beroep op het eigen individuele geweten dan een proces binnen het groepsgebeuren. De eigen mening wordt sterk beinvloed door wat de groep in meerderheid vindt. Het groepsgedrag kan zeer grillig zijn. Een genezingsproces dat geheel berust op groepswetmatigheden heeft geen fundament. Mensen willen graag ergens bij horen. Het collectief is een vijand van het geweten.
Het betrekken van een medeleerling bij dit proces is gedaan omdat de pester niet het idee mag krijgen dat goed handelen is of wordt voorbehouden aan volwassenen of aan de meerderheid van een groep. De ontwikkeling van het verantwoordelijkheidsgevoel, de eigen overtuiging en de vorming van het eigen geweten gaan hand in hand. De hulp van één zorgvuldig uitgekozen persoon is hierbij voldoende. Voor te internaliseren processen mag het overwicht van buitenaf niet te groot zijn.
Ook is een doel het vertrouwd raken met zelfhulp.

2. De pester vult op een blaadje de volgende tekst aan: “Pesten mag niet, omdat…..” Hij schrijft ten minste de zijns inziens belangrijkste drie redenen op in 5 of 10 minuten. Zo nodig wordt hij op weg geholpen door zijn helper met summiere aanwijzingen.
     Zoals reeds gezegd in punt 1, wordt wat iemand zelf bedenkt veel meer een deel van hemzelf dan wat hem door derden wordt voorgehouden. Vandaar dat hij eerst zo veel mogelijk redenen zelf bedenkt. Dat versterkt ook zijn zelfvertrouwen en geloof in zijn eigen positieve krachten. Een van de belangrijkste leerprincipes is trouwens, dat voorkauwen remmend werkt op de creativiteit.

3. De helper praat met de pester over het resultaat en keurt het goed of af. Bij een afkeuring krijgt de pester nog 5 minuten. Het resultaat kan niet anders dan afhangen van de leeftijd en de individuele ontwikkeling van het kind. Afhankelijk van die criteria wordt er beoordeeld. Als de helper het niet weet, gaan beiden om hulp naar de rector.
Zo wordt ook het verantwoordelijkheidsgevoel van de helper ontwikkeld. Het frappeert mij vaak hoe wijs jonge mensen uit de hoek kunnen komen.

4. De pester keert terug naar zijn klas.
Eerst was hij buiten de klas. Pas nadat hij tot zichzelf is gekomen, verdient hij het weer te mogen terugkeren naar de vriendschap, de veiligheid en de gezellige drukte van de klasgenoten. Hij moet geen speelbal zijn van de groepsprocessen maar er kritisch tegenover staan.

5. Hij gaat voor de klas staan en leest zijn redenen hardop voor. Hij geeft bij elke reden een toelichting.
Het pesten voltrekt zich meestal stiekem, het onttrekt zich aan controle door opvoeders. Het pesten is een laffe daad. Vóór de groep wordt nu verantwoording afgelegd. Impliciet wijst de gewezen pester de meelopers de juiste richting. Zij moeten nu ook gaan kiezen en kunnen zich niet meer verschuilen achter het gedrag van anderen.

6. De leraar stelt de klasgenoten in de gelegenheid vragen te stellen aan de pester, die deze zo goed mogelijk beantwoordt.
De veanderde houding van de gewezen pester wordt op de proef gesteld.

7. De pester biedt zijn excuses aan aan degene die hij gepest heeft. De gepeste komt naar hem toe, geeft hem een hand en/of geeft desgewenst een mondelinge toelichting. die betrekking kan hebben op vergeving. Wat is er nodig om tot vergeving te komen? Zijn fase 6 en de excuses voldoende geweest? Zo nee, waardoor niet?
     De betrokkenen komen elkaar tegemoet. Deze stap 7 is de kern en kan uitgesmeerd worden over enkele dagen door een kwartier per dag ervoor vrij te maken.

8. Er wordt gestemd over de vraag of de pester de kwalificatie van anti-pester en snelle leerling verdient.
Het collectief kan zich nu genuanceerd, welbewust en verantwoordelijk laten gelden.

9. Zo ja, dan wordt hem een oorkonde overhandigd.
Dit is een duidelijke erkenning van overwinning en welverdiende beloning voor de moeilijke weg van boetedoening die zich diep zal nestelen in het geheugen en het verantwoordelijkheidsbesef van de overwinnaar.

10. Er wordt geapplaudisseerd.
De beloning wordt bekrachtigd door het collectief, dat nu de rol van verdediger van waarden en normen vervult.