Workshop parafraseren en reflecteren (2/3)

Duur van deze workshop (deel 2/3): Max. 15 minuten.

Literatuur: Prof. dr. H.T. van der Molen: Aan verlegenheid valt iets te doen (1984) Resultaat van het proefschrift “Effecten van cursussen voor verlegen mensen” (cum laude)

LUISTERVAARDIGHEDEN
Verlegenheid wordt bestreden met verstandige oftewel ratonele gedachten en beheersing van luistervaardigheden, spreekvaardigheden en assertieve vaardigheden. Luistervaardigheden zijn belangrijker dan spreekvaardigheden, want belangstelling kun je geven, niet eisen. De belangrijkste en moeilijkste luistervaardigheden zijn parafraseren en reflecteren.
Parafraseren is het geven van een inhoudelijke samenvatting van wat de ander zojuist heeft verteld, de kern.
Reflecteren is het verwoorden van het gevoel dat de ander in zijn verhaal heeft laten doorklinken.

Als je een parafrase of een reflectie wilt geven, vraag je dan af: “Wat wil de zender mij duidelijk maken? Wat zit er achter zijn woorden? Welke bedoeling heeft hij?”

Een doel hiervan kan zijn na te gaan of je de spreker goed begrepen hebt. Woordkeus en toon zijn dan ook zodanig, dat duidelijk is dat je een veronderstelling hierover wilt uiten. Vragende vorm. (“Ik begrijp dat ….” of “Bedoel je dat …..?” Enz.) Een parafrase en een reflectie mogen onjuist zijn, want je kunt niet meer doen dan goed luisteren en controleren of je het goed begrepen hebt. Je kunt niet weten of je de spreker goed hebt begrepen als je dit niet gecontroleerd hebt. Een misverstand hoeft niet alleen aan de luisteraar te liggen. De spreker kan zich vaag, dubbelzinnig of niet in overeenstemming met zijn diepere bedoeling hebben uitgedrukt. Zo kan een ironische opmerking, uitgesproken met een verkeerde intonatie, serieus worden opgevat.
Een parafrase en een refectie kunnen worden verward met een conclusie. Voorbeeld: “Ik had een week vakantie genomen om in Nederland zo veel mogelijk steden te bezoeken. Het viel me op dat alle 20 keren dat ik de trein nam hij precies op tijd kwam. De conducteurs maakten vaak humoristische opmerkingen, zelfs toen ik een keer was vergeten in te checken en geen boete kreeg.” Een parafrase is: “Wat het openbaar vervoer betreft had je een geslaagde vakantie?”. Een reflectie van gevoel is: “Ik begrijp dat je blij bent met jouw ervaringen met het openbaar vervoer in Nederland.”. Een (kritische) conclusie i.p.v. een parafrase zou zijn: “Op grond van jouw ervaringen ben jij zeker van mening dat het openbaar vervoer in Nederland goed geregeld is?”
Een parafrase en een reflectie kunnen verder duidelijk maken dat je als luisteraar het gesprek over het desbetreffende onderwerp wilt voortzetten, wat een stimulans is voor de verteller om verder te vertellen, bv. na op de parafrase een nuancering te hebben aangebracht. (Bij diefstal: “Jullie waren dus al je bagage kwijt?”). Deze aanmoediging om verder te vertellen is in een gesprek van wezenlijke betekenis, zeker als er verlegenheid in het spel is.
Voorbeeld: A heeft het over zijn vakantie. Tijdens de heenreis was zijn portemonnee op Schiphol gestolen. Hij vertelt uitgebreid hoe dat kon gebeuren. Parafrase van B: “Wat je op de eerste dag hebt meegemaakt, was geen goed begin van je vakantie.” Je kunt stellen dat deze reactie in de richting gaat van een conclusie. Want wie weet was hij bij het zoeken iemand tegengekomen met wie hij nu een relatie heeft. Geen slecht begin van een vakantie dus. Daarom kan de parafrase ook heel simpel luiden: “Je was je portemonnee kwijt.” (met nadruk op je portemonnee (dat is niet niks).

Een parafrase en een reflectie kunnen ook een corrigerende functie hebben.
Voorbeeld: Als een man tegen zijn vrouw in een ruzie schreeuwt: “Uit mijn ogen en voorgoed verdwijnen”, mogen de parafrase en de reflectie corrigerend, meelevend en humoristisch van toon zijn, bv. “Erger je je aan een gedragsaspect van mij en verdraag je mij nu even niet om je heen?” Dit kan een deëscalerende uitwerking hebben, vooral door de plechtige woordkeus.

Hieronder 3 opdrachten en met grote lege ruimte daaronder de drie uitwerkingen, zoals die worden voorgesteld. Deze kunnen worden vergeleken met de uitwerking van de groepsleden.
We gaan de 3 opdrachten voor onszelf (zelfstandig) in één keer uitvoeren.
Daarna gaan we onze 3 uitwerkingen bespreken in de grote groep.
Totale duur van deze workshop: M
ax. 15 minuten)


Opdracht 1

Geef een parafrase en reflectie van hetgeen A tegen B zegt:

A tegen B
“Toen ik gisteren bij je aanbelde werd er niet open gedaan. Ik was precies op tijd. Ik heb je toen mobiel gebeld maar geen reactie.
Precies hetzelfde is al vaker voorgekomen.
Ook zou je mijn boek gisteren teruggeven, maar ik zie niets.”

De uitwerking tref je hieronder aan na een grote lege ruimte.


Opdracht 2
Geef een parafrase en reflectie van hetgeen armoedzaaier A tegen zijn beste, steenrijke en louche vriend B zegt:

A tegen B
“Gisteren was ik de hele middag met Henny aan het roeien op de Kaag. Ik heb me nog nooit zo gelukkig gevoeld als toen en ik wist zeker: deze relatie duurt totdat een van ons tweeen er niet meer is. De wolkenpartijen schenen de moeilijkheden in ons leven te verbeelden, maar de zon kwam nu vaak achter de wolken tevoorschijn. ”

De uitwerking vind je hieronder, na een grote lege ruimte onder de uitwerking van opdracht 1.


Opdracht 3
B, die 16 juni jarig is, is een broer van zus A. Zij is een paar jaar ouder dan hij. A belt B 16 juni om 23:00 uur op om hem te feliciteren met zijn verjaardag. Voeg aan het onderstaande schuin getypte onderdeel van het gesprek een afsluitende, samenvattende zin toe.

A tegen B
“Nog hartelijk gefeliciteerd met je verjaardag. Ik bel wel laat, tenminste als 11 uur voor jou laat is. Ik weet dat jij het vaak laat maakt.

B tegen A
Precies, ik ga voorlopig nog niet naar bed.

A tegen B
Mm. Over een uur is het 12 uur en dan is het al weer 17 juni..

B tegen A
………………………

De uitwerking vind je hieronder, na een grote lege ruimte onder de uitwerking van opdracht 2.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Uitwerking opdracht 1

B tegen A (parafrase en reflectie)
Als ik je goed begrijp erger je je aan het feit dat ik de indruk wek er een gewoonte van te maken lichtvaardig om te gaan met mijn afspraken.
Commentaar 1: Je kunt deze reactie verkorten maar dan wordt die misschien wel minder zorgvuldig. Probeer het eens.
Commentaar 2. De zender kan het te confronterend voor de ontvanger vinden om precies te zeggen wat hij bedoelt. Daarom beschrijft hij iets in plaats van het te tonen, te noemen.
Commentaar 3: Het kan vaak moeilijk zijn een goede parafrase te geven, want je bent gauw geneigd een parafrase te verwarren met een conclusie of een interpretatie. Een conclusie zou zijn: “Jij vindt mij een onbetrouwbaar persoon.” Deze conclusie kan heel goed onjuist zijn. Hij kan nl. aan geheugenproblemen lijden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Uitwerking opdracht 2

B tegen A (parafrase en reflectie):
Je had een heel bijzondere middag en je was voldaan?
Commentaar 1: Een conclusie en geen parafrase zou zijn: “Dus het was een romantische dag.”, want misschien was hij zo gelukkig omdat hij nergens doller op was dan op geld, zij steenrijk was en hij dacht met haar te kunnen trouwen om in het bezit te komen van de helft van haar miljoenenvermogen. Maar als B geruime tijd op de hoogte was geweest van de relatie van A en van de aard ervan, dan had de reactie “Dus het was een romantische dag” heel goed een parafrase kunnen zijn.
Commentaar 2:
• Bij een parafrase worden bestaande gegevens verkort weergegeven
• Bij een conclusie wordt een (verzonnen) gegeven, afgeleid uit bestaande gegevens,  toegevoegd.
• Bij een interpretatie worden de gegevens voorzien van een verzonnen bedoeling.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uitwerking opgave 3

A tegen B:
Inderdaad, 12 uur is bedtijd.